Meerdere wereldkampioenen verdedigden hun titel niet

Nico RosbergNico Rosberg
De F1-wereld stond opeens op zijn kop toen Mercedes AMG-Petronas rijder Nico Rosberg, enkele dagen na zijn kroning tot wereldkampioen in de koningsklasse van de eenzitterij, zijn onmiddellijk pensioen aangekondigde. Het is echter niet de eerste keer dat de regerende kampioen in de F1 zijn titel niet zal verdedigen. De laatste keer dat dit gebeurde, was eind 1993 toen Alain Prost daags voor het veroveren van zijn vierde kroontje aankondigde de sport eind dat seizoen te verlaten. Een jaar eerder was het Nigel Mansell die na zijn titel ook de F1 verliet en zijn toevlucht zocht in de VS.
Alain ProstAlain Prost
Na zijn ontslag door Scuderia Ferrari, net voor de Grote Prijs van Australië in 1991, verliet Alain Prost voor de eerste maal de F1. 1992 zou een sabbatjaar worden voor de Fransman. Een testrit bij het Franse Ligier team kon hem niet van zijn gedachten doen veranderen en 'Le Professeur' onderhandelde met Frank Williams voor een zitje bij diens team in 1993. Hierdoor was Nigel Mansell echter de dupe. Il Lione pakte dat jaar op een dominante wijze de titel met maar liefst negen zeges en werd niet op de hoogte gebracht van de komst van Prost.

Nigel MansellNigel Mansell
Het nieuws van Prost zijn komst naar Williams sloeg in als een bom en het vertrouwen tussen Mansell en het Britse team was onherstelbaar aangetast. De Brit verkoos om zijn titel in 1993 niet te verdedigen en vertrok naar de Amerikaanse inzitterij: de PPG Indycar Series. De Brit won zijn debuutrace en won dat jaar ook de titel. Zo werd hij tevens de eerste, en steeds enige, rijder die tergelijkertijd regerend wereldkampioen F1 en Indycar kampioen was. In een speciale clausule in zijn contract weerde Alain Prost de komst van Ayrton Senna als diens teamgenoot voor het seizoen 1993. Damon Hill zou vervolgens met het startnummer 0 in de tweede Williams stappen.

Ayrton Senna da SilvaAyrton Senna da Silva
Omdat de clausule om Senna als teamgenoot te weren slechts één jaar geldig was en de 51-voudige Grand Prix winnaar de Braziliaanse drievoudige wereldkampioen niet naast zich wou voor 1994 besloot ook hij om de F1 de rug toe te keren. Daags voor het behalen van zijn vierde titel, tijdens de Grote Prijs van Portugal, hield Prost een persbijeenkomst waar hij zijn pensioen aankondigde. Voor een tweede jaar op rij zou de regerende wereldkampioen zijn titel niet trachten te verlengen. De eerste keer dat een wereldkampioen zijn titel in de koningsklasse van de autosport niet zou verdedigen dateert al van 1952. De legendarische Juan Manuel Fangio was de eerste die dit overkwam, maar het was niet zijn keuze.

Juan Manuel Fangio (links)Juan Manuel Fangio (links)
Nadat de kampioen van 1951 ernstig geblesseerd raakte tijdens een crash in Monza miste de Argentijn het ganse seizoen 1952, dat toen uit acht races bestond. Fangio keerde een jaar later terug naar de eenzitterij en won elke wereldtitel tussen 1954 en 1957. In 1958 was het de Brit Mike Hawthorn die voor Scuderia Ferrari de wereldtitel op zijn naam schreef, met slechts één puntje voorsprong op Sir Stirling Moss. Met de tragische dood van teamgenoot en vriend Peter Collins dat jaar tijdens de Grote Prijs van Duitsland besloot de Brit de F1 te verlaten. Volgens sommige geruchten leed Hawthorn aan een terminale nierinfectie. In 1959 vond de Brit de dood in een verkeersongeval.

Jochen Rindt - Lotus-FordJochen Rindt - Lotus-Ford
De supergetalenteerde Jochen Rindt was de zogenaamde 'man to beat' in 1970. Met een immense voorsprong in het wereldkampioenschap na zeges in Monaco, Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland verloor de Oostenrijker zijn leven tijdens de oefensessie van de Grote Prijs van Italië op het circuit van Monza. Niemand kon de kloof met Rindt uiteindelijk dichten, ook al kwam onze landgenoot Jacky Ickx dichtbij, maar strandde op vijf punten van de overleden WK-leider. In 2011 vertelde Ickx in het Engelse Motorsport magazine opgelucht te zijn de titel toen niet gewonnen te hebben. Hij wou niet winnen tegen iemand die zich niet kon verdedigen...

Sir Jackie StewartSir Jackie Stewart
1973 was de laatste campagne van Sir Jackie Stewart. Met maar liefst 14 poleposities, 22 zeges, 35 podiumplaatsen en twee wereldtitels was de Schot een gevreesde rivaal op het circuit. Meer succes volgde dat jaar met maar liefst 5 zeges, dat zijn totaal bracht naar een toenmalig record van 27 overwinningen, en een derde wereldtitel. Maar het was een jaar dat bekend stond voor meerdere tragedies. In het voorlaatste Grand Prix weekend van het seizoen verloor Stewart zijn teamcollega François Cevert. De Schot besloot om onmiddellijk zijn helm aan de haak te hangen en eindigde zijn F1-carrière een race vroeger dan gepland. Hij keerde in 1997 echter terug naar de sport die hem zoveel gaf en werd samen met zijn zoon Paul teambaas van zijn eigen renstal: Stewart Grand Prix.

Foto's: Georges De Coster, Racing International Photography, Archief Van Hool & Joost Evers - CC BY-SA 3.0 nl

 

Dit artikel werd gepubliceerd door Ronald Ooms in Formule 1 op maandag 20 maart 2017.

  • Van der Horst