van der Horst

Grand Prix de Belgique des 24 Heures 1930: Een Milanese aangelegenheid

Derde overwinning op rij voor Alfa in de 24 uur van Spa 1930
Derde overwinning op rij voor Alfa in de 24 uur van Spa 1930
Vandaag, exact 9 decennia geleden, eindigde de Grand Prix de Belgique des 24 Heures zoals de 24 Uur van Spa in die tijd noemde. Die kondigde zich aan als een spannende editie met het duel Alfa Romeo – Bugatti in de hoofdrol. Ook de deelname van heuse fabrieksteams waaronder deze van Chrysler en Tracta, zonder onze Belgische trots Imperia te vergeten. De fabrikant uit Nessonvaux schreef maar liefst drie wagens in voor de Ardeense etmaalwedstrijd. Uiteindelijk werd het een Italiaans onderonsje, net als de twee jaren ervoor. Ook de Imperia’s toonden hun betrouwbaarheid en sleepten daardoor de prestigieuze Beker van de Koning in de wacht!

Evenknie Le Mans

In 1924 organiseerde de Koninklijke Automobielclub van België voor de eerste maal een etmaalwedstrijd op het circuit van Francorchamps. Net als in de 24 Uur van Le Mans, die een jaar eerder voor de eerste keer op de kalender verscheen, stelde men deze wedstrijd aanvankelijk open voor sport- en productiewagens. Daardoor kon deze Ardeense uithoudingsproef beschouwd worden als de evenknie van de Franse wedstrijd. Uiteraard beschikten beiden over een compleet verschillend karakter. Het circuit van Francorchamps als eerder vloeiend traject met meer aansluitende bochten en hoogteverschillen in tegenstelling tot Le mans waar lange, vlakke stukken met meer hakerige bochten het tracé bepaalden. Toen de 24 Uur van Spa in 1953, net als Le Mans, meetelde voor het nieuwbakken Wereldkampioenschap der Merken, vond voor de laatste maal een gelijkaardig startveld mekaar terug bij beide wedstrijden. Daarna gingen beiden hun eigen weg tot op de dag van vandaag, maar hebben deze 24 uursraces nog niets van hun magie verloren.

Tenoren

Tracta's met voorwielaandrijving in de pits
Tracta's met voorwielaandrijving in de pits
In 1930 meldden zich 35 concurrenten op Francorchamps, het dubbele van het startveld op Le Mans datzelfde jaar! Ondanks de vele, jaarlijkse beloften stuurden de ‘Bentley Boys’ ook ditmaal hun kat! Eigenlijk wist het Britse merk maar al te best dat hun loodzware bolides vrijwel kansloos waren op het twistige Ardeense asfaltlint. Vandaar deze beslissing… Alfa Romeo trad aan als gedoodverfde favoriet. Het Milanese prestigemerk wist immers de vorige twee edities van de Belgische 24 Uur te domineren. ‘Il Portello’ schreef drie wagens in van het type 6C Gran Sport, de laatste evolutie van de 6C 1750. Een briljante sportwagen die de voorbije jaren een indrukwekkend palmares bijeensprokkelde door uitstekende kwaliteiten waarmee de Milanezen torenhoog boven de concurrentie uitstaken. Door hun doordachte constructie toonden deze Alfa’s zich bijzonder licht en handelbaar, wat zich vertaalde in een nooit geziene wegligging. Daarbij bleken deze Milanezen ongelofelijk betrouwbaar. Keiharde feiten die bleken na hun totale dominantie in de Mille Miglia en de Targa Florio.

Boris Ivanowski in actie in de Source
Boris Ivanowski in actie in de Source
Ook buiten Italië bewezen de 6C's hun suprematie. Zo verschalkte Giulio Ramponi met zijn C6 1500 SS de dikke Blower Bentleys in de eerste Brooklands Double Twelve. Ook in de prestigieuze RAC Tourist Trophy veegde de kleine Italiaan dat jaar de vloer aan met de concurrentie. Speciaal voor Spa stelde ‘Il Portello’ zorgvuldig zijn geöliede equipes samen. Op de Alfa met startnummer 25 vonden we Atillio Marinoni terug. Deze fabriekspiloot maakte deel uit van het duo dat de vorige 2 edities van de GP de Belgique des 24 heures op zijn naam wist te schrijven. Hij vormde ditmaal een tandem met Pietro Gherzi, een sterke rijder die aanvankelijk zijn racecarrière startte als motorrijder. Goffredo ‘Freddy’ Zehender vormde een ploeg met Carlo Canavesi op de 6C met startnummer 26. Tenslotte noteerden we Boris Ivanowski, winnaar in 1928 en Franco Cortese die zich met de Alfa met nummer 27 aan de start meldden.

Chrysler trad officieel aan met zijn Model 77 Roadster
Chrysler trad officieel aan met zijn Model 77 Roadster
Bugatti verscheen als de grote concurrent van de Milanezen. Het startveld telde acht exemplaren. De fabrikant uit Mulhouse stuurde officieel twee exemplaren van het type T43, ’s werelds snelste ‘productiewagen’ in die tijd, naar Spa. Een voor Louis Chiron-Guy Bouriat, een andere voor René Dreyfus-Antoine Schumann. De overige Franse bolides waren semi-officiële of privé-inschrijvingen waaronder een T49 met een 8 cilinder 3.3 liter motor, een tweetal kleine T37's en nog enkele T43's. Bij het bonte deelnemersveld van merken onderscheidde zich de fabrieksteams van Chrysler met een trio Model 77 Roadsters, vier officiële Tracta’s met voorwielaandrijving en drie Imperia 8CV Sans Soupapes die aasden op de Beker van de Koning. Het Belgische merk uit Nessonvaux-chez-Liège toonde zich bijzonder sportief. Op willekeurige basis koos men drie wagens van de productielijn. Daarop verzegelde men de motorkap en werden de wagens onmiddellijk doorgestuurd naar het circuit. Tenslotte vervoegde een MG Midget type M de meute die première maakte als eerste Brits merk in de Belgische etmaalwedstrijd ooit.

Tweestrijd

Een verpletterende driedubbele Alfa-zege
Een verpletterende driedubbele Alfa-zege
Na het vallen van de Belgische driekleur spurtten de piloten naar hun wagens. Zoals verwacht ontspon na de start een duel tussen de Alfa’s en de Bugatti’s. Bij de Alfa’s was Marinoni het snelst weg, maar die diende onmiddellijk hard in de ankers te gaan door een Chrysler die hem de weg versperde. Daarvan maakte Chiron handig gebruik. Hij nam de kop van de wedstrijd en ging er als een haas vandoor, achtervolgd door de 6C Gran Sport van Atillio. De eerste ronde chronometreerde men de leidende Bugatti met een gemiddelde snelheid van 112,79 km/h, een moordend tempo! Het trio Alfa's volgde op gecontroleerde afstand. Zouden de snelle Bugatti’s het 24 uur kunnen volhouden? Dat was de hamvraag. Het Franse merk had met de jaren een reputatie opgebouwd van snelle, maar fragiele wagens. Vooral de motoren kregen het dikwijls moeilijk na zware, langdurige belastingen. René Dreyfus reed in vijfde stelling met de tweede fabrieksbugatti, op hun beurt achtervolgd door de enige Delage D8 van Jacques, een sterk rijdende privé-piloot. In de 16de ronde bouwde Chiron zijn voorsprong uit tot 1 minuut 34 s, gevolgd door Marinoni. Bij het vallen van de avond leidde de Bugatti nog steeds. Het duurde niet lang of de nacht trad in. Plots zocht Chiron de pits op met een defecte verlichting. Zijn wagen werd hersteld en kompaan Guy Bouriat nam het stuur over. Die zette vervolgens de achtervolging in van de complete Alfa-clan die inmiddels aan de leiding vertoefde. De volgende pitstop nam Louis Chiron terug plaats in de Bugatti en sloeg erin opnieuw de leiding te veroveren na 6 uur wedstrijd. Kort daarop kreeg de Bugatti opnieuw af te rekenen met elektrische problemen waardoor de verlichting wegviel. Telkens bleek de herstelling van korte duur waardoor de Bugatti op een bepaald moment naast te baan terecht kwam en onherroepelijk werd beschadigd. Om 22 uur werd de strijd officieel gestaakt en verloor de race een mooie smaakmaker! Op dat moment had Boris Ivanowsky de leiding in de wedstrijd genomen, gevolgd door Marinoni die inmiddels de hele wedstrijd alleen diende te rijden. Tijdens een pitstop bezeerde teamgenoot Pietro Gherzi zijn knie, waardoor hij niet meer kon rijden. Zehender zat op vinkenslag met de derde Alfa. De tweede fabrieks-Bugatti's van René Dreyfus-Antoine Schumann trachtten dichterbij te komen, maar vingen bot.

De fabrieksbugatti T43 van Dreyfus-Schumann die 4de eindigde
De fabrieksbugatti T43 van Dreyfus-Schumann die 4de eindigde
De Italiaanse delegatie was blijkbaar definitief op dreef gekomen en haspelde ‘gemeenschappelijk’ met een ongezien tempo haar ronden af op het circuit van Francorchamps! Alfa Romeo had duidelijk niet in zijn kaarten laten kijken. Alle records gingen aan dingelen. Na 22,5 uur wedstrijd moest het heersende afstandsrecord er aan geloven! Marinoni leidde opnieuw de dans en toonde zich ongenaaktbaar tot de aankomst. Uiteindelijk werd hij afgevlagd met een gemiddelde van 109,36 km/h, pitstops uiteraard incluis. Een ongezien prestatie. Om een beter idee te vormen van deze uitzonderlijke prestatie. Tijdens de Grote Prijs van Europa voor GP-wagens op Francorchamps dat jaar zegevierde een zekere Louis Chiron (!!) met zijn Bugatti tegen een gemiddelde snelheid van 116 km/h!

Imperia won de 'Beker van de Koning' met de 8CV SS
Imperia won de 'Beker van de Koning' met de 8CV SS
De Alfa van Ivanowsky-Cortese behaalde zilver, op zijn beurt gevolgd door de 6C Gran Sport van Zehender-Canavesi. De tweede fabrieksbugatti van Dreyfus-Schumann legde beslag op een vierde plaats. De Chrysler van Stoffel-De Coster werd vijfde. Ook de Imperia’s toonden hun goede betrouwbaarheid. Alle wagens haalden de finish waardoor het Luikse automerk met de Beker van de Koning aan de haal ging. Een mooie verdienste! De dag na de wedstrijd bleken ze reeds alle drie verkocht!

Tekst: Alec Lavaerts - Foto’s: Archivio Alfa Romeo & Englebert Magazine



Schrijf u in voor de Autosport.be nieuwsbrief!

Dit artikel werd gepubliceerd door de redactie in Circuit op maandag 6 juli 2020.
  • LTF

Copyright 2000-2020 Autosport.be - Contacteer ons