van der Horst

24H Le Mans: Corona-kronieken: Hoe Le Mans in 2011 uitdraaide op een thriller

Audi Sport Team Joest #2 wint 24H Le Mans 2011
Audi Sport Team Joest #2 wint 24H Le Mans 2011
De autosport moet noodgedwongen enkele maanden op vakantie. Terwijl uw geduld buitengewoon op de proef wordt gesteld, graven wij in de rijke archieven van onze passie om u enkele pareltjes uit het (verre) verleden voor te schotelen. Ditmaal keren we terug naar de 24 Heures du Mans in 2011, die onverwacht uitdraaide op een heuse thriller.
Kenmerkend voor de 24 Uur van Le Mans, en wat de laatste twee edities ontbrak, is een strijd tussen constructeurs om de algemene overwinning. Ook in 2011 was dat het geval dankzij het duel tussen Audi en Peugeot. Het Duitse merk was vrij dominant sinds 2000 met maar liefst negen overwinningen in elf edities. Maar voor deze 79ste editie van de Franse klassieker - die overigens voor het eerst sinds 1992 meetelde voor een kampioenschap - zette Audi een stap in het onbekende door een wagen in te zetten met een gesloten cockpit: de R18 TDI. Daarenboven moest het opboksen tegen een sterk Peugeot, die met maar liefst drie 908's en een oude 908 HDi-FAP (voor Team Oreca) aan de start kwam.

De kanshebbers

  • #1 Audi R18 TDI - Timo Bernhard / Romain Dumas / Mike Rockenfeller
  • #2 Audi R18 TDI - Marcel Fässler / André Lotterer / Benoît Tréluyer
  • #3 Audi R18 TDI - Allan McNish / Tom Kristensen / Rinaldo Capello
     
  • #7 Peugeot 908 - Anthony Davidson / Alexander Wurz / Marc Géné
  • #8 Peugeot 908 - Stéphane Sarrazin / Franck Montagny / Nicolas Minassian
  • #9 Peugeot 908 - Sébastien Bourdais / Simon Pagenaud / Pedro Lamy
  • #10 Peugeot 908 HDi FAP - Nicolas Lapierre / Loïc Duval / Olivier Panis

Crash van Allan McNish
Crash van Allan McNish
Tijdens de kwalificaties werd de eerste steek uitgedeeld. Audi palmde de eerste startrij in, met tussen beide wagens een verschil van 61 duizendsten van een seconde, terwijl daarachter twee Peugeots volgden. Een eerste overwinning voor het merk met de vier ringen, dat met veel vertrouwen aan de race begon. En toch zou die editie in eerste instantie een zware dobber worden. Van bij de start namen de Audi's het voortouw en het leek als het ware op een sprintrace. Allan McNish reed zichzelf in de kijker met de #3, maar dat liep al in ronde 14 fout af. Tijdens een roekeloos inhaalmanoeuvre op zijn teamgenoot net na de Dunlop-chicane, raakte hij de Ferrari van Luxury Racing waardoor hij volgas richting de barrières vloog. De brokstukken van de R18 TDI vlogen in het rond en fotografen die aan de voet van de heuvel stonden, zetten het op een lopen. Als bij wonder stapte McNish zonder kleerscheuren uit de wagen en raakte er niemand ernstig gewond.

Audi #3 tegen de barrières
Audi #3 tegen de barrières
"Vanuit mijn standpunt bestond er geen enkel risico om in die bocht aan de binnenkant in te halen", was de ietwat opmerkelijke reactie van de Schotse F1-rijder achteraf. "Ik heb daar op die manier meermaals ingehaald en heb anderen al vaak hetzelfde zien doen. Verder moet ik toegeven opgelucht te zijn dat dit ongeval me nu overkomt en niet aan het begin van mijn carrière. Dan was ik waarschijnlijk niet in staat geweest om dit interview te geven. Gelukkig is er ook geen enkele omstaander betrokken geraakt, want het was echt wel een serieuze klapper."

Audi nogmaals teruggeslagen

Met een wagen minder moest Audi de strijd voortzetten tegen de armada van Peugeot. Het tempo viel niet stil en nagenoeg bij elke pitstop werd er een leiderswissel opgeschreven. Na acht uur kreeg Audi nog een mokerslag te verwerken. Mike Rockenfeller, op dat moment piloot van de #1, reed op volle snelheid op een recht stuk en wou langs rechts een AF Corse Ferrari voorbij. Alles leek normaal, tot de Ferrari op het laatste moment ook naar rechts afweek en de Audi aantikte. Het gevolg was dat Rockenfeller met een verschrikkelijke snelheid in de vangrails vloog. De verslagenheid in het Audi-kamp was groot, ook omdat er geen radiocontact was met de rijder. Hoewel de wagen rijp was voor de schroothoop, stapte Rockenfeller weg op eigen kracht. Een zucht van opluchting ging door de garages van het Duitse merk. Natuurlijk moesten de vangrails gemaakt worden en dat zou bijna twee uur duren. Hierdoor kregen we ook een unicum, want voor het eerst in de geschiedenis van de 24 Uur moest de safety car vervangen worden om... te tanken.

Audi #2 als eerste over de meet
Audi #2 als eerste over de meet
Terwijl Audi zijn wonden likte, waren de mannen van Peugeot er gerust op dat ze deze editie op hun naam mochten schrijven. De realiteit zou uiteindelijk helemaal anders zijn. De laatste Audi, met Marcel Fässler, Benoît Tréluyer en André Lotterer aan het stuur, zette de jacht in op de 908. Vooral in de ochtend kon Tréluyer de puntjes op de i zetten met onwaarschijnlijke inhaalbewegingen. Peugeot verloor ondertussen de #7 vooraan na een fout in Indianapolis en uiteindelijk maakten de laatste pitstops het verschil. Daar had Audi wederom een nadeel. Door de aerodynamica was de R18 slechter in brandstofverbruik, maar de banden hielden het wel een stint langer vol dan bij Peugeot. Op zich leek de 908 bij de laatste pitstop alleen maar brandstof nodig te hebben, maar een lekke band zorgde ervoor dat ze ook rubber moesten wisselen. Uiteindelijk bleef de resterende Audi net de Peugeot #9 voor en ondanks frissere banden bleef de druk op de ketel staan. Audi hield vol en bleef 13.854 seconden voor op de Peugeot, het op vier na kleinste verschil ooit.

Marcel Fässler, André Lotterer en Benoît Tréluyer
Marcel Fässler, André Lotterer en Benoît Tréluyer
Hoewel ze overtuigend wonnen, was dit het enige succes voor Audi in 2011. Peugeot won de zes andere wedstrijden die geprogrammeerd stonden in de Intercontinental Le Mans Cup. Zes maanden later zou de Franse constructeur de stekker uit het programma trekken. En Audi? Zij zouden ook de volgende drie jaren zegevieren in de Sarthe.



 

Foto's: Georges de Coster



Schrijf u in voor de Autosport.be nieuwsbrief!

Dit artikel werd gepubliceerd door Thomas Smets in 24 Heures du Mans op donderdag 16 april 2020.
  • Heinz Performance

Copyright 2000-2020 Autosport.be - Contacteer ons