24H Spa: Frédéric Vervisch - "Een onwaarschijnlijke belevenis"

De extra aandacht voor Vervisch blijft gelukkig binnen de perken. "En daar ben ik inderdaad best blij mee. Enkel in Misano had ik de indruk dat mensen me kenden en ze beter op de hoogte waren van het volledige verhaal. Natuurlijk is het ook een goede zaak om wat meer in de spotlights te staan, want op die manier worden mijn prestaties wat sneller opgemerkt. Aan de andere kant laten we Valentino zoveel mogelijk rijden om hem ervaring te laten opdoen en kan ik zelf wat minder veel aan het stuur zitten."
Overleven tot zondagochtend
Die lijn wordt ook doorgetrokken in de beginfase van de 24 Hours of Spa, waarin Rossi meer kilometers zal afmalen dan zijn teamgenoten. Op zondagochtend wordt de balans opgemaakt en zullen Frédéric Vervisch en derde man Nico Müller mogelijk het leeuwendeel van de resterende tijd voor hun rekening nemen om een goed resultaat uit de brand te slepen.
De week van de 24 Uur begon echter met een valse noot voor de Audi van WRT, waar voortdurende motorproblemen roet in het eten kwamen gooien. "Valentino heeft wat minder kunnen rijden dan gehoopt, hopelijk vormt dat in de race geen nadeel. De problemen zijn opgelost maar de nieuwe motor is wat minder performant. We verliezen dus wat topsnelheid maar in een race als deze hoeft dat geen ramp te zijn."
Agressieve strategie

Le Mans-ambities
Frédéric Vervisch is een gereputeerde GT3-rijder, met onder meer een tweede plaats in de 24 Uur van Spa 2020 en natuurlijk de twee overwinningen in de 24 Uur van de Nürburgring. Een stap hogerop leek een optie met Audi, maar die plannen zijn in het water gevallen. "Er zijn blijkbaar geruchten waarvan ik niet op de hoogte ben over de toekomstplannen van WRT. Ik ben bijzonder tevreden bij Audi, maar ik besef ook dat ik op 35-jarige leeftijd niet meer eeuwig de tijd heb om mijn Le Mans-ambities waar te maken. Ik ben nog altijd gemotiveerd om, in de juiste omstandigheden, nog heel lang door te gaan. En als de kans zich voordoet, zal ik ambitieus zijn..."Foto's: Geert Franquet, Arne Simons
Tweet






























Rik Renmans