Alpine A290 GTS: Wanneer heiligschennis een zegen wordt


Er kwamen tal van geslaagde en minder geslaagde varianten, en met de nieuwe A110 op de tekentafel kondigen er zich nog meer versies aan. Maar dat Alpine zich zou wagen aan hot-hatch, en dan nog volledig elektrisch: dat leek wel een brug te ver. Nochtans niet zo heel raar; in "eigen land"/Stellantis-land deed DS het al voor op een meer luxueuze manier, denk maar aan de DS3.
In het spoor van Didier Auriol en Bruno Saby

Maar genoeg geschiedenis. Tijd om het over de A290 GTS te hebben.
Zoals reeds gezegd straalt de A290 pure nostalgie uit en zijn de gelijkenissen met Group B-versie niet veraf. Of meer nog, met die vierkante lichtjes heeft ie ook wat weg van een Renault Clio Kit Car die ook op het netvlies gebrand blijft. Dit project is één grote knipoog naar de jaren '80. En terecht, want we grijpen ook terug naar cassettes en vinyl... Alles komt terug.
In Douai, ofte Dowaai in het Vlaams - want zo dicht bij huis wordt monster gebouwd -, kreeg de A290 een chassis aangemeten van 2,5 meter waardoor de agressiviteit er van afspat. De vleugels op de zijschorten van voor naar achter zorgen voor een perfecte verbinding tussen de wielbasis. Maar evengoed blijft de wagen trouw aan de Alpine, met de subtiele karakterlijntjes op de achterdeur, maar vooral die dubbele koplampjes. Ze lijken er wat op gegooid, en het lijkt o zo ver gezocht, maar het smoelwerk heeft alles om de geschiedenis in te gaan. En ze lachen zo mooi als je nadert. Maar er is ook trouw gebleven aan de originele elektrische R5, met het ingewerkte schermpje op de motorkap dat even ludiek als ingenieus is. Dit is een wagen die, in alle versies, altijd het nakijken waard is en het beste van drie werelden combineert, op een vaak weinig subtiele wijze.
De kleine deurtjes doen weinig goeds verhopen, maar binnenin is er best wat ruimte. Er is goed gedacht aan het comfort van de rijder en eerste passagier, zonder dat de achterbank werd vergeten. Daar is wel degelijk plaats voor twee à drie kinderen. De voetjes, het moet gezegd, raken wel niet onder de voorzetel. De verstelbaarheid van de pilootzetel is een beetje uit de tijd. Het neemt een poosje vooraleer je perfect verschoven en gedraaid zit.
Maar eens je zit, begin je te snappen waarom dit concept nauwer aanleunt bij Alpine dan bij de Renault 5 E-tec.
Het infotainmentsysteem - dat wel uit het bredere Renault-gamma komt - lijkt soms wat beperkt. De geluidschakelaar zit goed verstopt onder de hendel van de ruitenwissers en heeft een ietwat onhandige draaiknop en de knopjes voor het warmtesysteem lijken op het valse ondergebit van Jean Rédélé, de eerste ontwerper van Alpine.
F1-Overtake

Over de afwerking valt weinig te zeggen. Die is af, met talloze verwijzingen - in de meest onmogelijke hoekjes - naar Alpine. A290 boven het handschoenkastje en op de armleuning, het logo van Alpine op het stuur en de middenconsole, proper naaiwerk in het aangename leder. Het ademt Frans haantjesgedrag uit. Het Alpineblauwe lijntje boven de deurstijlen is zo slim gevonden, om toch nog dat extra vleugje nostalgie toe te voegen. De brede smoel, de stevige diffuser, maar pocherig is de A290 nooit. Geen brede achtervleugel, het kleine vinnetje volstaat: Alpine heeft dit o zo goed gedaan.
En dan moet er nog gereden worden. We trekken naar zijn geboortegrond, in het noorden van Frankrijk, op een boogscheut van Dowaai, in de schaduw van de terrils in Lens. Het land is er vlak, het asfalt abrasief, bijna op maat gemaakt van de Michelins die er maar al te graag in bijten. Het spreekt voor zich dat we van de roze Save-mode, langs blauwe normaal-mode naar de rode sportstand gaan. Het geluid wordt ietwat versterkt waardoor het Formule E-gehalte stijgt. Allemaal bescheiden, maar wel goed voor de anders stille beleving.
Tunnelvisie

Maar ook in het gewone verkeer, als stadswagen, is de Alpine uiterst aangenaam, ook al merk je aan alles dat dat niet de natuurlijke habitat van deze wagen is. Daar is er uiteraard de Renault 5 E-Tec voor.
Het rijbereik is minder indrukwekkend. Onze eerste rit bedroeg 130 kilometer autosnelweg, huiswaarts, en het was al even schrikken toen het rijbereik in Waals Picardië pijlsnel naar beneden dook. De paniek was niet nodig, maar 200 km autosnelweg... dat mag je beperkt noemen, ook al is het maar een klein wagentje. Bij rustig, gemengd verkeer is de kaap van de 300 kilometer wel haalbaar, en met die prestatie sta je wél onder de mensen.

Foto's: Sandro Delaere & Renault Group
Tweet





























Jan Ooms